Discriminatie allochtone crimineel ?

Socioloog en dus pseudo-wetenschapper Don Weenink is van mening dat allochtone criminelen gediscrimineerd worden. Ze zouden namelijk vaker voor de (kinder)rechter moeten verschijnen en langer in voorarrest worden gehouden dan autochtone criminelen. De pseudo-wetenschappen roept en de complete media tikt trouw het stukje over. Werkelijk iedere krant tikt trouw, zonder reality check de bevindingen van Weenink over.

Uiteraard besteed ook het linkse NOVA aandacht aan het relaas van Weenink. Een staccato brabbelende Weenink herhaald aldaar zijn mantra maar blijkt veel minder duidelijk en stellig te zijn in zijn voorheen geponeerde mening. Het zal er wat mee te maken hebben dat Weeninks mening op voorhand vaststond en er van daadwerkelijke toetsing van de theorie en de praktijk geen sprake was en dus flauwekul is, en hij als de dood is geconfronteerd te worden met kritische vragen.

Weenink baseerde zijn “onderzoek” (zeer groot woord in deze) namelijk op een eerder “onderzoek”. Namelijk op een eerder publicatie van Komen en Van Schooten (2006) over “etnische ongelijke beslissingen van kinderrechters”. Het “onderzoek” van Weenink is goeddeels gebaseerd (lees: in zijn eigen woordjes overgetikt van) op een deel van deze eerdere publicatie.


Weenink lijkt dus eerder erop uit te zijn geweest deze “bevindingen” te bevestigen dan daadwerkelijk te onderzoeken. De “parameters” van Weenink stonden dus feitelijk al vast. Laten we eufemistisch zeggen dat ze in het “rood” stonden. Uiteraard verwijzende naar de socialistische achtergrond van Weenink en zijn opvattingen. En zoals u weet staan binnen de socialistische kijk op de wereld de reeds zaken vast.

Zo vast dat ook Weenink belangrijke ontkrachtende zaken, die aantonen dat het niet zozeer de etniciteit is die als verzwarende factor meeweegt maar de houding en diverse andere factoren (zoals zwarte van het delict, recidive en recidive kans, enzovoort) van de arrestant, volledig naast zich neerlegt. Zo stelt een eerder (Amerikaans) onderzoek (1987) van Marjorie S. Zatz dat er op grond van cijfermatige gegevens geen expliciete relatie bestaat tussen etniciteit en de strafmaat.

Maar wat er niet is moet er toch zijn. Immers, het wereldbeeld staat al vast, dus stelt Weenink dat “het verband tussen etniciteit en bestraffing dus waarschijnlijk indirect is”. Kortom, de praktijk wijst uit dat er feitelijk geen verband bestaat, maar Weenink is van mening dat het indirect dus wel zo is. Dat is ook de reden dat sociologie niets meer of minder is dan een pseudo-wetenschap. Al is het niet zo dan zorgt men wel dat het “indirect” wel zo (b)lijkt te zijn.

Het kan stormen, regen, vriezen of snikheet zijn… maar het heeft geen relatie met de feitelijke en empirische waarneming van het weer, is wat Weenink vrij vertaald zegt. Er is geen sprake van een daadwerkelijke en aantoonbare relatie tussen de etniciteit van de verdachte en de strafmaat, maar gezien het feit dat de blanke mens volgens het socialisme intrinsiek racistisch is, en de niet blanke niet-westerse mens per definitie de underdog is, is de relatie evengoed wel te leggen.

Weenink moet dan ook terugvallen op schimmige begrippen uit de sociologische keuken. Zoals het begrip “bounded rationality” (gelimiteerde rationaliteit). Een theorie die stelt dat de mens door omstandigheden niet instaat zou zijn een rationele keuze te maken. In het geval van justitiële medewerkers zouden de tijdsdruk en een gebrek aan informatie dergelijke ervoor zorg dragen dat men geen rationele maar een emotionele keuze zou maken.

Daar komt het wollige verhaal van Weenink en soortgenoten in het kort op neer. Een rationele keuze, zo stelt Weenink en soortgenoten, zou alleen gemaakt kunnen worden op basis van een (zo) volledig (mogelijk) inzicht in de psyche, sociale achtergrond en situatie van de verdachte. Is deze informatie onvolledig of is er tijdsdruk dan vervalt men in geprefabriceerde denkbeelden over de delictplegers. “perceptual shorthands of patterned responses” noemen psycho en sociologen dit.

Met andere woorden, als het OM geconfronteerd wordt met een verdachte die totaal geen spijt kent of toont, die volstrekt onaangedaan lijkt door het feit dat hij “gepakt” is voor het vergrijp en de mogelijke consequenties, die totaal geen empathie met het slachtoffer toont, die bij herhaling dit en soortgelijke of ergere vergrijpen pleegde (draaideurcrimineel), enzovoort, dan mag deze OM medewerker niet de indruk hebben met een onverbeterlijke en geharde jonge crimineel te maken te hebben.

Men wordt dan geacht zich uit en te na te verdiepen in de sociale achtergrond, waarbij zijn of haar etniciteit opeens en uiteraard juist weer wel een enorme rol kan, mag en moet spelen, en andere feitelijk niet terzake doende factoren in overweging nemen eer men tot een “oordeel” mag komen deze verdachte langer vast te houden of voor de (kinder)rechter te brengen. Kortom, het is altijd waar wat de socioloog zegt.

Damned if you do, damned if you don’t, is het principe dat hier opgeld doet. Kijkt de justitieel medewerker niet naar de etnische achtergrond dan deugd hij niet. Kijkt hij daar juist wel naar dan deugd hij of zij wederom niet. Want zowel in het eerste als in het laatste geval neemt de medewerker de totale persoon en zijn sociale achtergrond en psyche niet mee in zijn of haar overwegingen. En dan maak je je dus in beide gevallen schuldig aan een “gelimiteerd rationaliteit” en/ of aan een “herhaalde vooraf bepaalde response op basis van een patroon”. Kortom, discriminatie !

Ik heb het “rapport” (lees: stuk plagiaat) gelezen en bestudeerd dat Weenink heeft uitgepoept. En daaruit blijkt dat Weenink zich uitput in pseudo-wetenschappelijke socio-babbelarij om zijn punt te maken. Want we zullen eraan moeten geloven. Wij, de blanke westerling zijn niets meer of minder dan discriminerende en racistische, over de rug van zielige niet blanke en westerse achtergestelde bevoorrechte rotzakken.

En zoals Weenink placht te beweren… is zelfs justitie aangetast door deze betonrot. Want hoe durven ze (let op… linkse logica) andere etniciteiten te beoordelen op hun etniciteit… of dit juist niet te doen. De feiten, zonder al teveel pseudo-wetenschappelijke termen en wollig taalgebruik te gebruiken, is evenwel vrij eenvoudig. Daar hoef je niet (sociologie) voor gestudeerd te hebben. Liever niet zelfs, zoals u uit voorgaande kunt opmaken.

Justitie ziet zich geconfronteerd met een nieuw slag criminelen die nergens meer voor terugdeinzen. Die op geen enkele manier ontzag hebben voor het justitiële apparaat. Die geen enkele boodschap hebben aan onze morele verworvenheden. Die letterlijk en figuurlijk schijt hebben aan onze maatschappij en de sociale codes waarnaar wij leven. En die, in het geval van allochtone daders (lees: moslim jeugdigen, want daar hebben we het feitelijk over) geen enkele sympathie nog empathie kunnen en wensen op te brengen voor hun blanke westerse slachtoffers.

Lieden waarvoor het (liefst zo frequent mogelijk) veroordeeld zijn voor allerhande vergrijpen eerder hun status van “gangster” bevestigd en hun positie in de pikorder opwaarderen of bevestigen. Gastjes dat, al sedert ze geworpen werden en over een piemeltje bleken te beschikken, als prinsjes worden behandeld door hun ouders, en opgevoed zijn met het suprematiesyndroom van een islam die al het niet-islamitische denigreert tot iets dat onder de zool van je peperdure Nikes blijft plakken.

Mijn “wetenschappelijke” conclusie is dat Weenink feitelijk pleit voor discriminatie. Jawel… positieve discriminatie. Want Weenink stelt dat we allochtone criminelen anders moeten behandelen. Juist en vooral omwille van hun etniciteit (lees: religieuze ideologische achtergrond en mindset). Weenink is niet de eerste socialist die, doormiddel van het ene beweren het tegenovergestelde poogt te bereiken. Daaruit concluderen dat socialisten zich daarmee per definitie verdacht maken… is natuurlijk uit den boze.


About this entry